Weg uit de stad

Weg uit de stad

Onze grote wens is om in een rustige en groene omgeving te wonen met een stuk grond erbij. Beiden hebben we niet de behoefte om in de drukke stad te blijven, we zoeken liever de drukte op als we daar behoefte aan hebben. Teveel mensen in de supermarkt, asociaal gedrag op het fietspad, de gehaaste sfeer, de vele auto’s overal, de spits in de trein, iemand die aan het boren is in de flat, er is eigenlijk altijd wel geluid en nooit echte stilte. En dat missen we wel. Misschien komt het omdat we beiden opgegroeid zijn in een dorp, ik in de Achterhoek en Remco in Limburg. De rust en ruimte is waar we beiden van houden. Haarlem is een toffe stad met leuke winkels, veel keus aan restaurantjes en mooie grachten. Maar het fijnste is dat het dicht bij het strand is, binnen 20 minuten ben je met de fiets bij de zee. En toch willen we weg uit deze stad…

Minder huis, meer grond
Eerder schreven we al over onze wens om in een Tiny House te gaan wonen. De grootte van een huis is voor ons niet belangrijk. Wel de ruimte er omheen. Diertjes houden en een grote moestuin is onze wens. Zelf groenten en kruiden verbouwen lijkt ons geweldig. Het liefst ook nog met fruitbomen. Dat is echt een droom van ons. Gezond, biologisch, onbespoten voedsel en zoveel mogelijk zelfvoorzienend leven. Fascinerend ook om te zien wat de aarde, water en de zon met een zaadje teweeg kunnen brengen. En niet onbelangrijk, het voedsel heeft zoveel meer smaak. Een moestuin is vrij veel werk, onkruid wieden, water geven, letten op ongewenste gasten… Maar het is enorm ontspannend om met de handen in de aarde te wroeten met de kop in de zon, heerlijk! Als ik bij andere mensen in een moestuin ben dan kriebelt het van binnen om dat ook te gaan doen. Het geeft gewoon een kick als je van zaaien tot oogsten heerlijke producten als resultaat hebt. En daar dan mooie gerechten mee te maken. Wij zullen er nog veel tijd in moeten steken om uit te zoeken hoe het precies allemaal in zijn werk gaat, maar het is vooral een kwestie van doen en dan nog blijft tuinieren een leerproces.

Jeugdsentiment

Beiden komen wij uit een ondernemersgezin. Remco is opgegroeid in Limburg in een dorpje van 4400 inwoners. Zijn ouders hadden een breierij en daar speelde hij vroeger ook met zijn vriendjes. De buren hadden een zand en grint bedrijf, waar hij ook veel te vinden was in de zandbergen. Hij ging altijd met de hond wandelen, bramen plukken met zijn vader en veel fietsen in nabije bossen. Vissen en zwemmen in naast gelegen vijvers, asperges halen bij lokale boeren. De vakanties bracht hij onder andere door in de Belgische Ardennen waar zijn tante woonde.

Ik, Sabine ben opgegroeid op een boerderij met melkkoeien, hond en veel poezen in een klein slapend dorpje van 1500 inwoners. Met mijn vriendjes speelden wij altijd buiten; in de hooiberg, op de zandbult, in het mais, picknicken tussen de koeien. De buren hadden forellenvisvijvers waar wij bezoekers begluurden. Andere buren lieten een stuk weiland van ons onderlopen in de winter dat uiteindelijk een ijsbaan werd voor het hele dorp, maar wij konden er gratis op, fantastisch was dat. En terwijl mijn vader tussen de koeien aan het werk was, runde mijn moeder een enorme moestuin. Ze had onder andere komkommers, bospeen, sperziebonen, aardbeien, rabarber en allerlei kruiden. Ook stond er een perenboom, appelboom, walnotenbomen, struiken met rode besjes en nog veel meer. De ruimte was er ook gewoon. Hier heb ik hele mooie herinneringen aan. Ik hielp mijn moeder ook vaak. Sperziebonen plukken, onkruid weghalen, aardbeien plukken (en intussen de helft opeten :). De rode besjes plukken en ritsen was een vervelend karweitje kan ik me herinneren.

Struik rode besjes in geheel

De komkommers werden grote joekels en vaak werd er van alles aan familie gegeven. In de herfst als het hard had gewaaid raapte ik samen met mijn broers de walnoten van de grond. Deze verpakte ik in zakjes en verkocht ik aan de weg, geweldig vond ik dat. Sowieso vond ik in de natuur bezig zijn als kind al iets moois. Ik weet niet of kinderen dat nu nog steeds doen, maar samen met mijn broers gingen we vaak in de omgeving eikels rapen en die verkochten we dan per kilo om een zakcentje te verdienen. De eikels werden volgens mij als hertenvoer gebruikt. Ook gingen we geregeld bramen plukken. Mijn moeder had twee hele grote diepvriezers vroeger. Van alles werd er ingemaakt en ingevroren. De peren werden ingemaakt, van appels werd appelmoes gemaakt en niet te vergeten overheerlijke appeltaart. Mijn moeder schilde de appels en ik maakte het deeg en de rolletjes die eroverheen moesten. Heerlijk was dat. Nu wonen mijn ouders elders in het dorp en runt mijn jongste broer de boerderij.

Walnotenboom ouders sabine Dit is de tuin van mijn ouders met een walnotenboom waar wij de noten vandaan halen.

Beiden kijken wij terug op een fijne jeugd. Nu werken we hard aan onze plannen om een Tiny House neer te zetten met een stukje grond, wellicht wel in het buitenland. Werken naar meer onafhankelijkheid, vrijheid en duurzaamheid. Het zit allemaal in ons hoofd, nu moeten we dit eerst financieel gezien mogelijk maken. Want een hypotheek of een lening nemen zullen wij never nooit (meer) doen, dus nog even hard doorsparen!